startpagina







contact en nieuwsbrief

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geert Grote en het Noordelijk Humanisme

De oorsprong van het Nederlandse Humanisme is terug te voeren tot het optreden van Magister Geert Grote (1340-1384) en zijn Broeders en Zusters des Gemenen Levens vanaf 1380. De door hen begonnen lekenbeweging der Moderne Devotie (Devotio Moderna) streefde naar een nieuw élan voor christendom, onderwijs en samenleving in een tijd dat veel structureel scheefgegroeid was en als zodanig geaccepteerd leek door kerk en maatschappij.


Van Geert Grote zijn geen tijdens zijn leven vervaardigde portretten bekend. Dit reliëf uit 1991 van Ela Venbroek-Franczyk, op de voorgevel van de Latijnse School te Deventer, berust op de fantasie van de beeldend kunstenares.


Er zijn onmiskenbaar parallellen te trekken tussen het optreden van Geert Grote en dat van St. Dominicus en St. Franciscus in de voorafgaande eeuw. Ook zij kwamen voort uit een gegoed milieu waarvan zij na een bekering afstand namen, en ook zij zochten naar nieuwe wegen voor het christendom in een tijd van verwereldlijking van de kerk en verstedelijking van de wereld. Hun uitvalsbasis was, evenals die van Geert Grote, middenin de stad te vinden tussen de mondige burgers. De naar de Franciscanen of Minderbroeders genoemde Broederenkerk in Deventer bezocht Geert Grote liever dan zijn eigen parochiekerk, de St. Nicolaas- of Bergkerk.


Broederenkerk
St. Nicolaas- of Bergkerk


De Moderne Devoten stichtten huizen, hielden preken, schreven boeken en gaven les. Vooral onder Geert Grote’s vriend en opvolger Floris Radewijns (1350-1400) breidde de beweging zich uit over grote delen van de Lage Landen en Noord-West Europa tot aan Zuid-Duitsland toe. Een van zijn bekendste volgelingen was Thomas à Kempis (ca. 1379-1471), de auteur van De Imitatione Christi (‘Over de Navolging van Christus’), dat na de Bijbel de meest succesvolle boekproductie van de katholieke kerk schijnt te zijn.

Van de beroemde mysticus Jan van Ruusbroec heeft Geert Grote zeker invloed ondergaan, maar hij was praktischer en ook militanter ingesteld dan deze spirituele Brusselaar. Diaken Geert Grote wilde echt een buitenbeentje zijn: een luis in de pels van kerk, staat en maatschappij van zijn dagen. Het dappere en kritisch-constructieve van zijn houding spreekt de, naar hem genoemde, universiteit in oprichting bijzonder aan. Hierin doet hij denken aan zijn actieve geleerde tijdgenoot, de Engelse priester John Wycliffe. Beiden maakten zich sterk voor het schriftelijk gebruik van de volkstaal (met name voor Bijbelvertalingen), verzamelden boeken en leerlingen om zich heen en kwamen kort voor hun dood in 1384 serieus in aanvaring met de kerkelijke autoriteiten. Toch is Wycliffe noch Geert Grote bij leven veroordeeld. 

Nadien bracht Geert Grote het er het beste van af. Waar Wycliffe decennia later uit zijn graf werd gelicht voor een postmortale executie, ligt Geert Grote’s hoofd na de nodige posthume omzwervingen nu gebroederlijk naast dat van Floris Radewijns in een kistje in Deventer Stadsmuseum ‘De Waag’. www.deventer.nl/
historischmuseum


naar boven

deventer en geert grote

Deventer, Stad van Geest

Deventer is een prachtig gerestaureerde ‘Vrije en Keizerlijke Stad’, majestueus gelegen aan de IJssel temidden van het bosrijke coulissenlandschap tussen haar beide groene longen: de Veluwe en de Sallandse Heuvelrug. Niet voor niets wordt ze wel de meest noordelijke Bourgondische stad genoemd, waar het goed toeven is. Het middeleeuwse stratenpatroon is nog goeddeels intact.


Kaart van Ioan Blaeu, 1649


 Toch is de stad met al haar monumenten geen openluchtmuseum, maar heeft ze een levendig karakter. Daar komt bij dat ze met moderne transportmiddelen goed bereikbaar is: de A1 verbreedt zich zodra Deventer in beeld komt, en de trein van Amsterdam naar Berlijn houdt halt voor haar poorten. Dat is begrijpelijk; ooit was Deventer naar anciënniteit de derde stad van het Noord-Duitse Hanze-verbond. Tussen Utrecht en Münster was ze eeuwenlang de enige stad van betekenis. Niet voor niets heet de westelijke uitvalsweg van Münster de ‘Deventer Weg’. 

Aan de kerk van St. Lebuinus was al vroeg een kapittel van kanunniken en een koorschool verbonden, de later zo beroemde Latijnse School, die samen met de stad een grote bloeiperiode beleefde in de XIVe en XVe eeuw. Het waren door Geert Grote geïnspireerde mensen die toen een tegenwicht boden aan een al te eenzijdig-materialistische kijk op zaken, en die de burgerbevolking wezen op het belang van een goed geestelijk leven.


Getijdenboek van Geert Grote (collectie Huis Bergh, zie website multimediale editie stichting Musicks Monument, Amersfoort)

De bloei van de Deventer School bereikte eind XVe eeuw haar hoogtepunt in het rectoraat van de priester-humanist Alexander Hegius, die als eerste ten noorden van de Alpen Grieks in het curriculum introduceerde en die in nauwe verbinding stond met de koplopers van het Noordelijke humanisme, zoals Wessel Gansfort en Rudolf Agricola. Adriaan Florisz. Boeyens (de latere paus Adrianus VI) en Desiderius Erasmus mocht hij tot zijn leerlingen rekenen.

Het Testament van Twickelo

De GGU probeert een meer dan vier eeuwen geleden geuite wens alsnog in vervulling te laten gaan: in Deventer een Universiteit vestigen. In 1584 besloten Vrouwe Anna van Twickelo en haar zoon Balthazar Boedeker bij testament geld ter beschikking te stellen voor de oprichting van een Universiteit. Zo ver is het echter niet gekomen: door de politieke troebelen en de Kerkscheuring zakte Deventer weg. Aan het einde van de XVIe eeuw was de verlegging van het politieke en economische zwaartepunt naar het westen een feit, en waren de Gouden Tijden voor Deventer voorbij. Meer dan een Athenaeum Illustre of Doorluchtige Hogeschool zat er voor de stad niet in.

 
Anna van Twickelo  |  Voormalig Academiegerbouw aan de Grote Poot, waar sedert 1874 Sociëteit 'De Hereeniging' is gevestigd.


Dit Athenaeum heeft bestaan van 1630 tot 1878. Het was een soort stedelijke mini-universiteit, waar men wel kon studeren, maar niet promoveren. De naam ‘Athenaeumbibliotheek’ herinnert hier nog aan, ofschoon ze al voordien, in 1560, gesticht was.

Vier pogingen in de vorige eeuw om in Deventer alsnog een universiteit te stichten, zijn door ingrijpen van hogerhand allemaal gestrand. Daarom gaat de GGU het nu van onderop proberen, opdat aan Anna’s laatste wil na 425 jaar alsnog recht wordt gedaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Grote en

t Nrdelianisme